Riolering bestaande bebouwing in het buitengebied

In 1995 is er door de provincie beleid ontwikkeld voor het aansluiten op de riolering van woningen (en panden) in het buitengebied. Van deze woningen is eind jaren negentig geïnventariseerd of ze wel of niet aangesloten waren
op de riolering. Ook de locatie van de woningen was van belang welke verdeeld zijn in kwetsbaar en weinig kwetsbaar gebied. Duidelijk is dat de noodzaak om woningen aan te sluiten op de riolering in kwetsbaar gebied hoger lag dan voor woningen in weinig kwetsbaar gebied. Kwetsbare gebieden zijn bijvoorbeeld gebieden waar water wordt onttrokken voor de levering van drinkwater of belangrijke natuurgebieden.

Om te bepalen of de woningen aangesloten moesten worden op de riolering zijn normbedragen vastgesteld, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het gebied waarin deze gelegen zijn. Vervolgens zijn alle aansluitkosten bepaald. Vielen de aansluitkosten van de woningen onder de normbedragen dan was de gemeente verplicht om die woningen aan te sluiten op de riolering. Vielen deze hoger uit dan kreeg de gemeente van provincie ontheffing van haar zorgplicht om deze aan te sluiten op riolering.

Eind jaren negentig en begin jaren 2000 zijn vele woningen in het buitengebied aangesloten op de riolering. Ruim 600 zijn er niet aangesloten door de gemeente. Deze niet aangesloten woningen moeten voorzien zijn van een eigen zuiveringssysteem, een zogenaamde IBA (Individuele Behandeling van Afvalwater). Ongezuiverd lozen is niet meer toegestaan. In het kwetsbaar gebied moet een IBA een hoger milieurendement hebben (IBA klasse III) dan in een weinig kwetsbaar gebied.
Inmiddels zijn alle panden in het kwetsbare gebied voorzien van riolering of van een IBA klasse III.

IBA’s in weinig kwetsbaar gebied

Woningen in het weinig kwetsbaar gebied dienen wettelijk een IBA klasse I als lozingsvoorziening te hebben. Dit is in feite een Verbeterde Septic Tank met een inhoud van minimaal 6 m3 (VST). Waterschap Scheldestromen (als waterkwaliteitsbeheerder) heeft bepaald dat de huidige voorzieningen in weinig kwetsbare gebieden tot 2010 voldoende zijn en daarvoor geen aanpassingen nodig zijn. Het waterschap is van mening dat het milieurendement van een VST te gering is in verhouding tot de kosten van aanleg. De voorkeur gaat daarom uit naar IBA met een hoger milieurendement, een IBA klasse II. Omdat waarschijnlijk na 2010 de kosten van een IBA klasse II gelijk of lager zullen zijn dan die van een VST is het tijdstip 2010 aangehouden om de huidige voorzieningen te laten aanpassen. De gemeenten Hulst en Terneuzen hebben hierop een uitzondering gemaakt. Bij nieuwbouw of verbouwing van woningen waarbij ook rioleringswerkzaamheden uitgevoerd moesten worden, zijn de bewoners verplicht tot de aanleg van een IBA klasse II. Hierbij hebben beide gemeenten een subsidie van maximaal € 2.000,00 verleend.

Nieuw beleid gemeente Terneuzen

Inmiddels zijn er nieuwe wettelijke regelingen van kracht. Het Besluit Lozingen Afvalwater Huishoudens is per 1 januari 2008 van kracht geworden. Hierin staat dat eigenaren van de panden waarvoor de gemeente een ontheffing van de zorgplicht heeft ontvangen, zelf voor een zuiveringsvoorziening moeten zorgen. Dit betekent dat zij minimaal via een VST van 6 m3 moeten lozen. Op basis van deze nieuwe regeling hebben de gemeenten, waterschappen en provincie, vertegenwoordigd in de Ambtelijke Werkgroep Rioleringen, hun beleidsuitgangspunten voor deze lozingen opnieuw vastgesteld. Volgens de werkgroep zijn er in hetbuitengebied van Zeeland nog ruim 3000 panden die lozen op een te kleine septictank. (inhoud 1,5 á 2 m3). Uit onderzoek blijkt dat deze lozingen geen (grote) waterkwaliteitsproblemen opleveren. Het wordt nu dan ook redelijk geacht de eigenaren van panden waaruit deze lozingen plaats vinden, de tijd te gunnen tot 2027 om een betere en wettelijk voorgeschreven voorziening aan te leggen.
Binnen dit nieuwe beleid wordt een duidelijk onderscheid gemaakt in de aanpak van de huidige lozingen en die van nieuwe of uitbreidende lozingen. Nieuwe lozers of uitbreidingen van bestaande lozingen veroorzaken een achteruitgang in milieukwaliteit en dienen wel per direct een adequate wettelijke voorziening te krijgen.
De werkgroep heeft ook gesproken over de verdeling van kosten voor aanleg en onderhoud. Drie opties zijn onder de loep genomen: de “Smalle zorgplicht”, de “Smalle plus zorgplicht” en de “Brede zorgplicht”. In deze opties is meegenomen of de gemeente de voorziening onderhoudt of dat de bewoner dit zelf doet. Legt de bewoner zelf zijn voorziening aan en verzorgt hij zelf het onderhoud, dan zal gemeente geen rioolheffing kunnen opleggen.
De gemeente heeft gekozen voor de Smalle zorgplicht en daarop haar nieuwe beleid afgestemd. De lozing moet dan in ieder geval voldoen aan de wettelijke verplichting, een VST van 6 m3 (IBA klasse I). Alle kosten zijn voor de initiatiefnemer (de lozer) waarbij de gemeente geen financiële subsidie verschaft, maar ook geen rioolheffing oplegt.

Gevolgen Besluit Lozingen Afvalwater Huishoudens voor de bewoners

Als de bestaande woning is aangesloten op de gemeentelijke riolering of als deze is voorzien van een gemeentelijk IBA-II of IBA-III systeem dan verandert er niets. Als de bewoner een eigen septictank of IBA-systeem heeft, moet er aan de wettelijke eisen worden voldaan. Voldoet de huidige voorziening hier niet aan, dan zal deze vervangen moeten worden door de vereiste zuiveringsvoorziening. De kosten van de aanschaf en aanleg van deze voorziening, maar ook het beheer en onderhoud komen volledig voor rekening van de bewoner. Mede gelet op de kosten, hebben gemeente, provincie en waterschap afgesproken dat uiterlijk in 2027 alle lozingen minimaal voorzien moeten zijn van de wettelijk vereiste septictank van 6m3.