Advies verordening leerlingenvervoer 2022 jeugdhulpvervoer 2021

Terneuzen  7 juli 2021

Advies aangaande: 

  • Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022
  • Beleidsregels Bekostiging leerlingenvervoer gemeente Terneuzen 2022
  • Beleidsregels jeugdhulpvervoer gemeente Terneuzen 2021

Inleiding;

Sinds 2015 zijn er veel ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs. Met de Verordening leerlingenvervoer 2022 wordt voorzien in de behoefte aan een herziening die past bij de actuele stand van zaken.

De verordening voldoet aan de ontwikkeling van de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de kinderen/jongeren, woonachtig in de gemeente Terneuzen, die recht doen gelden op deze voorziening. Het beleid is voldoende onderbouwd volgens de huidige wetgeving en jurisprudentie.

De Adviesraad heeft de verordening bekostiging leerlingenvervoer en de beleidsregels leerlingen- en jeugdhulpvervoer in zijn vergadering van 6 juli jl. besproken en komt tot adviezen, waarbij rekening wordt gehouden met efficiency, maar bovenal met de zorg van de meest kwetsbaren in onze samenleving.

 Advies:

Artikel 1. Definities

Afstand

De kortste route die vastgesteld wordt hoeft niet volledig toegankelijk te zijn voor gemotoriseerd verkeer. De Adviesraad adviseert om bij de vaststelling van de kortste route alleen rekening te houden met volledige toegankelijkheid voor gemotoriseerd verkeer. In de wintermaanden kunnen we van kinderen/jongeren en eventuele begeleiders niet eisen dat de route naar school wordt afgelegd per fiets.

Begeleider

Werk van ouders of anderszins ontslaat ouders niet van de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van hun kind naar school. Ouders kunnen door deze eis hun baan verliezen wat tot ernstige inkomensderving leidt. Voor eenoudergezinnen kan dit het vervallen in een bijstandsuitkering betekenen. Niet iedereen beschikt over een afdoende sociaal netwerk om mensen te vinden die deze taak dagelijks op zich willen en kunnen nemen. De Adviesraad adviseert hiermee ernstig rekening te houden bij de beoordeling van de mogelijkheden van ouders om hun kind te begeleiden in het openbaar vervoer of per fiets. Daarnaast is een grens van zes uur voor de beoordeling van de tijdsinvestering, nodig om kinderen te begeleiden naar het basisonderwijs onaanvaardbaar. Dit is bijna een dagtaak. Het is reëler om hierbij de grens te hanteren van drie uur zoals dat ook wordt gedaan bij de beoordeling van de tijdsinvestering voor de begeleiding bij het vervoer naar het speciaal (basis)onderwijs.

Leerling

In het derde lid van artikel 39 van de WPO is bepaald dat kinderen vanaf drie jaar en tien maanden ten hoogste vijf dagen (schoolgewenningsdagen) de basisschool mogen bezoeken. Deze kinderen zijn echter geen leerlingen in de zin van de wet, en de ouders kunnen dan ook geen aanspraak maken op een vervoersvoorziening. De kinderen hebben wel recht op deze vijf gewenningsdagen en de Adviesraad adviseert dat ouders wanneer ze gebruik willen maken van deze gewenningsperiode aanspraak moeten kunnen maken op een vervoersvoorziening.

Artikel 3. Aanvraagprocedure

Lid 4 en lid 5

Een besluit van het College van B&W binnen 8 weken en een mogelijke verdaging van 4 weken vindt de Adviesraad te lang. Dit leidt tot onnodig thuiszitten van de leerling. De Adviesraad adviseert dat er voorafgaand aan het definitieve besluit een tijdelijke vervoersvoorziening beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 6. Algemene voorwaarden voor toekenning van de vervoersvoorziening

Lid 2

Nalatigheid van de ouders in de begeleiding en de betaling van het drempelbedrag eigen bijdrage mag nooit ten koste gaan van het kind/de jongere en zijn/haar kansen op een toekomstige onafhankelijke plek in de samenleving. De Adviesraad adviseert ook om de bekostiging van het vervoer direct te voldoen aan degenen die het vervoer verzorgen of de bekostiging in natura beschikbaar te stellen. Hiermee kan worden voorkomen dat de middelen voor andere zaken worden aangewend.

Artikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

Lid 4d en 5

Gedrag van kinderen/jongeren die aangewezen zijn op speciaal onderwijs is vaak gerelateerd aan een beperking. De Adviesraad adviseert te onderzoeken of het vervoer van deze leerlingen gebaat is bij professionele begeleiding die verzorgd wordt vanuit de speciale school.

Artikel 8. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

Lid 1 en 4

Indien de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor een leerling omdat de school vol is, wordt een vervoersvoorziening toegekend naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde, toegankelijke school. De Adviesraad adviseert dat de leerling eenmaal gestart op deze speciale school zijn/haar schoolloopbaan daar afmaakt en dat ook de vervoersvoorziening blijft bestaan. Wijzigingen zijn eventueel mogelijk bij de overgang van primair naar secundair onderwijs

De provincie Zeeland heeft voldoende ondersteuningsvoorzieningen binnen haar grenzen om alle kinderen/jongeren een passende plaats te bieden in het onderwijs. Er is speciaal onderwijs cluster 2, 3 en 4 en bovendien is Mytyl/Tyltyl school De Sprienke bij uitstek geschikt voor de opvang van kinderen/jongeren met meervoudige ernstige beperkingen, die sinds de ratificatie van het VN-verdrag (2016) samen met hun ouders opkomen voor hun recht op onderwijs. De expertise van het speciaal onderwijs cluster 1 en het onderwijs gespecialiseerd in epilepsie wordt veelal ingezet via ambulante begeleiding in het reguliere onderwijs. Daarnaast zijn er voldoende scholen voor speciaal basisonderwijs thuisnabij. De verantwoording voor onze kwetsbare kinderen/jongeren hoort niet verplaatst te worden naar het Vlaamse speciaal onderwijs, dat sinds de invoering van het M-decreet (2015) de regels voor toelating aanzienlijk heeft verscherpt. Bovendien mag het Vlaamse speciaal onderwijs haar bestaansrecht niet ontlenen aan kinderen/jongeren die woonachtig zijn in Nederland. De Adviesraad adviseert voorzieningen beschikbaar te stellen voor het vervoer naar Nederlands speciaal onderwijs.

Artikel 10. Aanwijzing opstapplaats

Voor de aanwijzing van een opstapplaats is er sprake van een loopafstand van 30 minuten vanaf de verblijfplaats. Vervoer van de leerling per auto/fiets naar de opstapplaats wordt dan mogelijk ingewikkeld. De Adviesraad adviseert om hierbij allen het gestelde in Artikel 6 (Stimuleren van zelfstandig reizen) van de beleidsregels leerlingenvervoer Terneuzen aan te houden: ‘als de leerling niet met het openbaar vervoer reist, wordt voor het aangepast vervoer gebruik gemaakt van een opstapplaats gesitueerd op maximaal 1.200 meter van de woning’.

Artikel 15. Vervoersvoorziening naar stageadres

Lid 3b

Een stage die overeenkomt met de reguliere schooltijden lijkt niet altijd waarschijnlijk. De Adviesraad adviseert om hier de leerling de ruimte te geven om ook de gehanteerde werktijden op het bedrijf te kunnen ervaren.

Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer

Lid 2c, lid 3 en lid 4

Vervoer van het kind/de jongere door de ouders zelf heeft in het kader van kostenbeheersing de voorkeur. Daarbij zou het vervoer van meerdere kinderen/jongeren gestimuleerd moeten worden. De vergoeding van twee keer het belastingvrije kilometerbedrag is niet echt uitnodigend voor ouders om de verantwoording te nemen voor het vervoer van meerdere kinderen/jongeren. De Adviesraad adviseert hier ook een vergoeding voor de tijdsinvestering aan te koppelen.

Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie

De Adviesraad adviseert dat wanneer een kind/jongere om medische of sociale redenen tijdelijk in een internaat of pleeggezin verblijft de toekenning van een vervoersvoorziening voor weekenden en schoolvakanties niet mag afhangen van het type onderwijs dat wordt gevolgd.

Artikel 23. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag

Lid 1, 2 en 3

De Adviesraad vindt het in rekening brengen van een eigen bijdrage van de ouders in de vorm van een drempelbedrag gerechtvaardigd. Echter de vaststelling van de ondergrens van het gezamenlijk gezinsinkomen van € 27.450 is te laag. De Adviesraad adviseert deze ondergrens gelijk te stellen aan de ondergrens van € 36.000 die gehanteerd wordt voor de draagkracht afhankelijke bijdrage.

De Adviesraad adviseert om het drempelbedrag niet in rekening te brengen bij pleegouders, eerder zou de overkoepelende organisatie voor de pleegzorg aansprakelijk moeten zijn voor de betaling van deze bijdrage.

Overig

In de verordening wordt het speciaal basisonderwijs qua regelgeving vaak gelijk gesteld aan het regulier basisonderwijs. De Adviesraad wil in deze het College van B&W erop wijzen dat het speciaal basisonderwijs in een dunbevolkte regio als Zeeuws-Vlaanderen een sterk verhoogd ondersteuningsprofiel heeft. Dit geldt zeker voor SBO De Springplank in Terneuzen. De school ressorteert onder een SO bestuur Respont met alle expertise voor SO Cluster 4. De Adviesraad adviseert dan ook om de regels in de verordening voor het vervoer naar Speciaal Basisonderwijs gelijk te stellen aan de regels voor het Speciaal onderwijs.

Deze adviezen zijn overeenkomstig van toepassing op de Beleidsregels jeugdhulpvervoer van de gemeente Terneuzen 2021.

 

Namens de Adviesraad Wmo Terneuzen

Dr. Annemie van Roij, voorzitter
Juanita Boekhout, secretaris