Nota van Inlichtingen speelautomatenhal

Reactie 1: Wanneer is een speelautomatenhal ondersteunend?

De vraag wanneer een speelautomatenhal ondersteunend is aan andere recreatieve functies kan niet op voorhand worden beantwoord. Het zal afhangen van de omstandigheden van het geval, zoals de oppervlakte en de aantrekkingskracht van de functies. Er moet sprake zijn van een samenstel van op zichzelf beschouwd ‘wezenlijke functies’ die elkaar onderling versterken en/of synergievoordelen opleveren. De aanvrager kan de toegevoegde waarde van een initiatief motiveren vanuit ruimtelijk(-economisch) en/of functioneel perspectief. Onderbouwd dient te worden wat de meerwaarde van de speelautomatenhal in combinatie met twee of meer andere recreatieve functies voor de gemeente is. Tevens zal ingegaan moeten worden op de synergievoordelen tussen de verschillende functies.

Reactie 2: Het is ingewikkeld om beide aanvragen te laten doen door één en dezelfde partij. Kunnen er verschillende aanvragers zijn voor beide vergunningen? Zie het voorbeeld van Heerhugowaard.

Uit ons beleid volgt de eis om dezelfde ondernemer zowel de aanvraag om exploitatievergunning als de aanvraag om omgevingsvergunning te laten aanvragen. De vergunningen worden namelijk verleend aan de specifieke ondernemer van wie de som van de plaats in de rangorde bij de omgevingsvergunning vermeerdert met de plaats in de rangorde bij de exploitatievergunning het laagst is. Een ondernemer die alleen een omgevingsvergunning aanvraagt, maar niet tevens een exploitatievergunning, is bij voorbaat kansloos.

Reactie 3: Wat zijn de (maximum) behandel termijnen?

De behandel termijn voor de exploitatievergunning is dertien weken met de mogelijkheid tot verdaging van dertien weken. Na overeenstemming met aanvrager kunnen we hiervan afwijken. De termijn is 26 weken voor de omgevingsvergunning eerste fase. Deze laatste termijn is een termijn van orde, zie het antwoord op vraag vier.

Reactie 4: Hoe ziet de vervolgprocedure er uit? Volgt er altijd een aanvraag omgevingsvergunning tweede fase of moet er nog een bestemmingsplanprocedure worden gevolgd?

Na ontvangst van de aanvraag omgevingsvergunning 1e fase voor de activiteit ‘het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ beoordelen wij of alle noodzakelijk gegevens zijn ingediend. Als blijkt dat in de aanvraag gegevens ontbreken, zullen wij om aanvullingen vragen. Nadat deze gegevens zijn ontvangen of als de aanvraag van het eerste moment volledig is, zal een inhoudelijke beoordeling plaats vinden. Na de verdelingsprocedure zal het plan met afdoende punten en of hoogste score worden voorgelegd aan het college om hieraan medewerking te geven. Voor de aanvraag omgevingsvergunning betekent dit dat de aanvraag wordt voorgelegd aan de gemeenteraad om de noodzakelijke ‘Verklaring van geen bedenkingen’ aan te vragen om zo te mogen afwijken van het huidige bestemmingsplan. Na het verkrijgen van deze verklaring zal de aanvraag - na publicaties via de gebruikelijk wegen - gedurende zes weken ter inzage gelegd worden. Na de ter inzage termijn moeten wij de eventuele zienswijze behandelen. Bij het uitblijven van zienswijze of na behandeling daarvan, kan de 1e fase omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ verleend worden. Voor deze procedure zal bij volledige nieuwbouw sprake zijn van een uitgebreide voorbereidingsprocedure. De doorlooptijd van deze aanvraag kent een termijn van orde van 26 weken. Er zal bij nieuwbouw geen sprake kunnen zijn van een vergunning van rechtswege.

Bij een bouwplan waarbij gebouwd en of verbouwd moet worden volgt altijd de 2e fase aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het (ver)bouwen van een bouwwerk’. In deze aanvraag worden dan alle bouwkundige zaken voor het complex behandeld. Er is pas een mogelijkheid om feitelijk te gaan (ver)bouwen indien de aanvrager in bezit is van beide omgevingsvergunningen. De 2e fase aanvraag omgevingsvergunning kent een doorlooptijd van veertien weken. Ook deze aanvraag dient gedurende zes weken ter inzage te worden gelegd.

De eerste en tweede fase dienen qua omvang, indeling en inhoud identiek aan elkaar te zijn. Als blijkt dat niet het geval is, zal logischerwijs opnieuw de 1e fase aanvraag opnieuw doorlopen moeten worden. De 1e fase omgevingsvergunning is een afwijkingsbesluit van het bestemmingsplan. Dit betekent dat de feitelijke plankaart van het geldende bestemmingsplan niet wordt gewijzigd. Hier wordt immers van afgeweken met deze vergunning. Na het verkrijgen van deze 1e en de 2 fase omgevingsvergunningen is er geen noodzaak om een bestemmingsplanprocedure op te starten om de feitelijke plan kaart te wijzigen. Er zijn redenen denkbaar waarom iemand nadien toch wenst om bestemmingsplankaart feitelijk te wijzigen. Dit is dan een separate procedure en is zodanig niet gekoppeld aan de Verdelingsprocedure ‘schaarse vergunningen’.

Reactie 5: De looptijd (en terugverdientijd) van de vergunning is tien jaar. Is de datum van de verlening van exploitatievergunning tevens de ingangsdatum van de vergunning? Of kan de burgemeester de ingangsdatum opschorten tot de opening van het complex?

De burgemeester zal de ingangsdatum van de exploitatievergunning bepalen op de datum van de opening van het complex.

Reactie 6: Is de opening van de automatenhal gekoppeld aan de opening van het complex? Mag de automatenhal al open als andere recreatieve voorzieningen van het complex nog niet open zijn? Bijvoorbeeld Zoetermeer heeft een constructie met een tijdelijke vergunning.

De gemeente hecht veel waarde aan een speelautomatenhal welke onderdeel uitmaakt van een complex met onder meer een ‘recreatieve trekker’. Daarom mag de speelautomatenhal pas open tegelijk met het complex.

Reactie 7: Heeft de komende wijziging van de Wet op de kansspelen invloed op de procedure?

Neen. Naar verwachting zal in 2021 een wijziging van de Wet op de kansspelen van kracht worden. Exploitanten (ook van landgebonden speelautomatenhallen) moeten dan onder meer een bezoekersregistratie bijhouden in een systeem afgekort met de naam ‘CRUKS’. Meer info is te vinden op https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33996_organiseren_van_kansspelen

Reactie 8: Op welke wijze zal de stedenbouwkundige beoordeling door de gemeente plaatsvinden?

In de aan te leveren ruimtelijke onderbouwing dienen alle relevante planologisch ruimtelijke aspecten beschreven te worden. De stedenbouwkundige inpasbaarheid van, in deze het complex, dient onverkort in de ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden. Dit eventueel met een daartoe noodzakelijk of wenselijk gebleken goede landschappelijke inpassing.

Reactie 9: Wat is de rol van de gemeenteraad bij de aanvraag omgevingsvergunning? En welke stukken van de aanvraag komen daarbij in de openbaarheid?

Bij plannen voor nieuwbouw voor deze functie zal de gemeenteraad moeten instemmen met het initiatief om af te kunnen wijken van het geldende bestemmingsplan. De bevoegdheid om af te wijken van een bestemmingsplan als bedoelt in artikel 2.12 lid 1 onder a. onder 1⁰. van de Wabo is aan de gemeenteraad en niet het college van Burgemeester en Wethouders. Voor de aanvraag 1e fase omgevingsvergunning betekent dit dat de aanvraag wordt voorgelegd aan de gemeenteraad om de noodzakelijke ‘Verklaring van geen bedenkingen’ aan te vragen om zo te mogen afwijken van het huidige bestemmingsplan ten einde om de vergunning te kunnen verlenen.

De ingediende stukken voor de 1e fase aanvraag omgevingsvergunning zijn in basis openbare stukken. Naast het indienen van de gegevens volgens de ‘Beleidsregel verdeling schaarse speelautomatenhal Terneuzen 2020’ moet voor de aanvraag 1e fase omgevingsvergunning ook de gegevens worden ingediend zoals is aangegeven in artikel 3.2 van de Regeling omgevingsrecht. Veelal bevatten deze geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie die onder een geheimhoudingsplicht zullen vallen.

Procedure richting gemeenteraad

De commissie Omgeving via een overzicht van het college de aanvraag. Daarbij wordt concreet de strijdigheid met het bestemmingsplan omschreven. Voorts worden daarbij de bouwtekeningen (gevel aanzichten en situering) gevoegd. De commissie wordt daarbij gevraagd zich uit te spreken (namens de raad) of zij de aanvraag politiek gevoelig vinden. Zo niet, dan is daarmede de verklaring van geen bedenking afgegeven. Zo ja, dan dient het college alsnog een advies/voorstel richting de gemeenteraad te sturen waarover dan de gemeenteraad een beslissing neemt.

Reactie 10: Is voor de afwijking van het bestemmingsplan ook een participatietraject gewenst?

Wettelijk is dit in de bestemmingsplanprocedure niet voorgeschreven. De gemeente Terneuzen heeft participatie hoog in het vaandel staan. In de praktijk wordt dan ook vaak bij (de wat omvangrijke projecten) richting initiatiefnemer aangestuurd dat hij met zijn omgeving participeert. In overleg met de gemeente wordt hierin e.e.a. nader afgestemd.