Nieuwjaarstoespraak burgemeester Jan Lonink

Burgemeester Jan Lonink hield dinsdag 7 januari zijn nieuwjaarstoespraak tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente in het Scheldetheater. Lees hier wat hij allemaal zei.

Van harte welkom op onze nieuwjaarsreceptie.

Inwoners, ondernemers, relaties, raadsleden,
En een bijzonder welkom aan een speciale genodigde die voor ons zo lang al zo dierbaar is.
Het is een symbolische gast. Het gaat om onze vrijheid.

Want die vrijheid is 75 jaar geworden. Dat vieren we vandaag en dat blijven we vieren komend jaar. En we vierden dat ook al afgelopen jaar. Vooral op 31 augustus.
Toen vierden we de nationale start, op deze plek. De spotlights stonden vol op Terneuzen.
Het was een warme en prachtige dag. Een dag van herdenken, vieren en ook doorgeven van vrijheid.

Die dag zal ons allemaal lang bijblijven. Een dag die veel mensen heeft geroerd. Iemand zei op die dag: het was ontzettend warm en toch kreeg ik kippenvel.
We zijn er trots op dat wij in Terneuzen, zo’n groot en groots moment mochten vieren. Samen met het Nationaal Comité 4 en 5 mei, de provincie Zeeland en tal van partners, sponsors en vrijwilligers hebben we deze mooie dag neergezet.

Wij ontvingen heel veel complimenten, reacties en dankberichten.
Eén van die reacties die ik kreeg wil ik eruit lichten. Die was van meneer Sturm uit Biervliet. Hij dankte in een persoonlijk brief voor de presentatie op die dag.
Ik draag graag een passage uit zijn brief voor.
Hij schreef daarin:

Toen minister president Rutte aan zijn toespraak begon en schakelde naar Biervliet, gingen mijn haren overeind staan.
Hij vertelde het verhaal wat mijn moeder zo vaak vertelde.
Over de geboorte van een kind tijdens het bombardement op ons Biervliet - in de schuilkelder.
Een heel gewoon verhaal, maar niet voor mij.
Want dat kind… dat ben ik.

Deze brief raakte mij en staat ook symbool voor de start op 31 augustus.
Het was een dag met muziek, met spektakel en veel hoogwaardigheidsbekleders.
Een groot evenement, maar vooral ook een dag van bijzondere momenten.
Van het delen van persoonlijke ervaringen, ontmoetingen met veteranen en van het vertellen van verhalen.

Het is nu 75 jaar geleden dat we bevrijd zijn. En er zijn steeds minder getuigen van de oorlog. Steeds minder directe ervaringen. Minder mensen die weten hoe het was om bezet te zijn. Des te belangrijker is het om bij vrijheid stil te staan.
We moeten dit onderwerp daarom centraal blijven stellen.  

De zware strijd tijdens de slag om de schelde, vraagt van ons allen ook om een wederdienst.
Want vrijheid is niet vrijblijvend. Het is geen cadeau zonder verplichtingen.
Het geeft een verantwoordelijkheid aan ons allen. Dat we vrijheid laten doorklinken in alles wat we doen. Bij wat we denken. Bij wat we doen. Want vrijheid is wat anders dan doen waar je zelf zin in hebt. Je vrij voelen om te roepen of tweeten wat in je opkomt. Of ongeremd je eigen belang centraal te stellen.

Vrijheid geeft ons ook een plicht om die vrijheid door te geven. Om ons in te blijven zetten voor een samenleving waar iedereen de vrije kans heeft om mee te doen. Waar we eerst oog hebben voor de wij, in plaats van voor de ik.

Want de vrijheid die wij hier sinds 1944 hebben, betekent niet automatisch dat iedereen zich vrij voelt in wie hij is, wat hij doet en in de mogelijkheden die hij heeft. Dat gaat niet vanzelf.

Vrijheid vraagt dat we ons inspannen voor een democratie waarin iedereen mee kan doen en ook gehoord voelt. Alleen het Malieveld laat ons zien dat dit zeker niet altijd lukt. En dat veel groepen de aansluiting niet ervaren in onze democratie.

Vrijheid voor iedereen vraagt ook om te zorgen voor een samenleving waar iedereen vrij is om mee te doen. Zoals arbeidsmigranten die hier komen werken.

En dat wij steun bieden aan mensen die niet gezond zijn of beperkingen hebben. Of kinderen hebben die zorg nodig hebben. Dat vraagt veel van de overheid, kijk naar de grote financiële opgaven nu in de jeugdzorg. Het is een zorg van ons allen. Waar wij allemaal een weg in moeten vinden.

Echte vrijheid betekent ook ruimte hebben om je te ontwikkelen. Als persoon, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt. Of als bedrijf, bijvoorbeeld over de grens heen. Dat is waar wij ons samen met Vlaamse partners voor inzetten.

En vrijheid vraagt ook om begrip tussen generaties. Ouderen die zich kunnen verplaatsen in de jeugd, en jongeren die zich kunnen inleven in de babyboomgeneratie – gekscherend nu de boomers genoemd. We kunnen grappen over elkaar maken, maar de ondertoon is dat we het gesprek mét elkaar nodig hebben. Want wederzijds begrip is onmisbaar voor een sterke samenleving.

De media, vooral de sociale media, maken van discussies nu vaak een stammenstrijd van voor- en tegenstanders. Door die luidruchtige flanken worden mensen vaak gedwongen voor of tegen iets te zijn. Zo komen mensen in de loopgraven terecht. En dat zorgt voor kloven waar alle kleuren en alle genuanceerde opvattingen verdwijnen. Wat slechts overblijft, is het eigen gelijk. Kijk wat vaker naar de overkant van de kloof. Kijk voorbij het wantrouwen jegens de ander en voorbij de vooroordelen. Stel vragen in plaats van je mening poneren. De meesten willen gewoon meedoen. Zoek argumenten en ga in gesprek. Dat is de enige manier om verbinding met elkaar te zoeken. Het gaat erom dat je in de tombola van deelbelangen nog altijd het algemeen belang in de gaten houdt.

Vrijheid geeft ons ook een plicht om te zorgen voor een vrije toekomst, ook voor volgende generaties. Dat vraagt ons ook na te denken over volgende generaties die na ons ook een vrij leven kunnen leiden. En te handelen. De opgave voor het klimaat is urgent, dat kunnen we denk ik niet meer ontkennen. Een omslag is nodig met elkaar.

Dames en heren,

De oorlog ligt 75 jaar achter ons. De meesten van ons hebben gelukkig nooit een oorlog meegemaakt en ook de nasleep ervan niet ervaren. Dat betekent niet dat we vrijheid nu als vanzelfsprekend ervaren. We hopen nooit meer zo’n afschuwelijke tijd mee te maken. Dat we nooit meer hoeven te vrezen voor ons leven. En nooit meer bang hoeven te zijn voor onderdrukking.

Daarom is het zo belangrijk dat we blijven herdenken. Dat we verhalen over de oorlog blijven vertellen. Daarom geef ik nu graag het woord aan Tobias van Gent.