Dit programma gebruikt de gemeente bij het sluiten van een overeenkomst met marktpartijen voor plaatsing, beheer en exploitatie van publieke laadinfrastructuur. Hierbij geldt dat de termijn waarbinnen de exploitanten de laadpalen buiten gemeentelijke parkeergarages plaatsen loopt tot 1 juni 2026. Exploitatie van gemeentelijke laadpalen buiten parkeergarages loopt tot 31 december 2035. Dit programma is niet van toepassing op de concessie voor publieke laadinfrastructuur RAL-Zuidwest met kenmerk 1-D-0019753-25 Openbare laaddiensten voor Zuidwest Nederland”. Dit programma is gebaseerd op de Basisset AC-laadinfrastructuur van het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL).
Open marktmodel voor laadpalen op publieke grond
Het doel van het open/markt model voor laadpalen op publieke grond is om transparant en objectief te bepalen hoe locaties voor laadpalen op gemeentelijke grond worden toegewezen aan marktpartijen.
- Alle gekwalificeerde aanbieders kunnen zich aanmelden
- Er is geen exclusiviteit: meerdere aanbieders kunnen in hetzelfde gebied actief zijn
Smart Charging Requirements
In het programma van eisen wordt op verschillende plekken verwezen naar de Smart Charging Requirements (SCR) die worden opgesteld in de NAL-werkgroep Smart Charging. De laatst vastgestelde versie van dit document is bijgevoegd als bijlage 1. Daar waar tegenstrijdigheden ontstaan met de SCR, gelden de minimale eisen.
Definities
De definities in dit programma van eisen zijn gebaseerd op het document Laden van elektrische voertuigen; definities en toelichting van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Hieronder zijn de belangrijkste weergegeven:
- Laadlocatie
Plek waar elektrische auto’s opgeladen kunnen worden. Een laadlocatie kan één of meer laadpalen bevatten. Terrein met één adres/op één GPS-locatie met één Charge Point Operator. - Laadpaal
Fysiek object met meestal één of twee laadpunten. Ook wel een laadstation of een laadzuil genoemd. Één user interface. - Laadpunt
De elektrische aansluiting op een laadpaal waar de stekker wordt aangesloten. Een laadpunt kan meerdere connectoren bevatten, zodat verschillende typen stekkers gebruikt kunnen worden. Ondanks die meerdere connectoren, kan er maar één auto per laadpunt laden. - Connector
De fysieke verbinding tussen het laadpunt en het voertuig bestemd voor de overbrenging van elektrische energie.
Aanvraag en realisatie
Aafspraken over het realiseren van laadpalen.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Aanvraag | AR1 | Wet- en regelgeving | De aanbieder dient voor uitvoering van de werkzaamheden aan alle geldende wet- en regelgeving te voldoen. Eventuele uitvoeringskosten zijn voor rekening van de aanbieder. |
| Realisatie | AR2 | Beschrijving laadpaal | De aanbieder levert gelijktijdig met FAT-documentatie de technische beschrijving van de te plaatsen laadpalen aan de gemeente. In het document is in ieder geval de fabrikant en het specifieke model van de laadpaal benoemd. Ook worden de eisen van dit Programma van Eisen toegelicht. |
| Realisatie | AR3 | Arbeidsgang | De netaansluiting en plaatsing van laadpalen evenals de inrichting, markering en bebording van de laadlocatie dienen binnen 10 dagen te worden uitgevoerd in afstemming met de netbeheerder. |
| Aanvraag | AR4 | Wenselijkheid laadpaal | De locaties en de volgorde van plaatsing van openbaar oplaadpunten worden bezien in relatie met de concrete behoefte of vraag. Het heeft voor de gemeente én voor rijders van elektrische auto’s geen zin om op een locatie een openbaar oplaadpunt te plaatsen zonder dat er gebruik van wordt gemaakt. |
Omgeving en locatie
Afspraken over de omgeving van de laadpalen. Bijvoorbeeld bebording en bekabeling.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Bebording | OL1 | Verkeersbord | Gebruik een bord op basis waarvan wettelijke handhaving mogelijk is, met een wit onderbord met de tekst ‘Uitsluitend voor het opladen van elektrische voertuigen’. |
| Bebording | OL2 | Bord | Het bord wordt aan een (verlengde) flessenpaal met een minimale vrije ruimte van 220 cm of aan bestaande objecten bevestigd. Houd bij het plaatsen van een flessenpaal rekening met service aan de laadpaal (openen van de deur en ruimte om te werken). |
| Locatie | OL3 | Opruim- en herstelwerk-zaamheden | Na afronding van werkzaamheden, verwijdering of (ver)plaatsing van de laadpaal, brengt de aanbieder de locatie terug in de staat zoals aangetroffen. Na het plaatsen, vervangen of verwijderen van laadpalen mag geen schade toegebracht worden aan de omgeving. Mocht dit onverhoopt wel gebeuren, meldt de aanbieder dit direct bij de gemeente. De kosten voor herstel zijn voor rekening van de aanbieder. Dit geldt niet in het geval het de wettelijke verantwoordelijkheid van de netbeheerder betreft. |
| Locatie | OL4 | Toegankelijkheid locatie | De gereserveerde parkeerplaatsen moeten openbaar toegankelijk zijn en blijven. |
| Bekabeling | OL5 | Afstand hoofdkabel | De aanbieder plaatst de palen maximaal 25 meter van de hoofdkabel en minimaal 1,5 meter van een eventueel aanwezige boom. |
Beheer en monitoring
Afspraken over onderhoud en beheer van laadpalen. Bijvoorbeeld de overdracht van de laadpalen en storingen.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Service, onderhoud en beheer | BM1 | Correct beheer | De aanbieder is installatieverantwoordelijke en verantwoordelijk voor het functioneren van de laadpalen |
| Service, onderhoud en beheer | BM2 | Managementrapportage | Jaarlijks ontvangt de gemeente een managementrapportage over het functioneren van de laadpalen binnen het contract. Met daarin een overzicht van: – Het aantal geplaatste laadpalen. – Verwijderde en/of verplaatste laadpalen. – Het aantal ontvangen aanvragen. – Aanvragen in procedure inclusief status. – Geweigerde aanvragen inclusief motivatie. – Realisatietermijn per aangevraagde laadpaal. – het totaal aantal geladen kWhde uptime per laadpaal. – de storingen inclusief locatievermelding. – Het aantal storingen boven de gestelde norm. – Terugkerende storingen. – Duur van de storingen. – Beschrijving en analyse van type storingen. – Plan of acties om het aantal storingen terug te dringen/ storingstijd te verkorten. – Bijgewerkt overzicht van risico’s en beheersmaatregelen. Als de aanbieder bovenstaande informatie beschikbaar stelt via het LINDA-portaal of een ander soortgelijk portaal waar de gemeente inzicht heeft in de gegevens is een jaarlijkse managementrapportage niet meer nodig. |
| Service, onderhoud en beheer | BM3 | Synchronisatie | Tenminste eenmaal per 24 uur synchroniseert de laadpaal de interne klok met het backoffice systeem. |
| Service, onderhoud en beheer | BM4 | Storingsdienst | De aanbieder voorziet in een eerstelijns storingsdienst (op afstand) met een storingsnummer in de Nederlandse taal (evenals al het overige klantcontact), dat 24/7 bereikbaar is. Als tweede taal is Engels beschikbaar. Er wordt (telefonisch) 24/7 direct hulp geboden middels beheer op afstand. Als op afstand de storing niet kan worden opgelost, wordt de storingsmelding direct doorgezet naar een tweedelijns storingsdienst. |
| Service, onderhoud en beheer | BM5 | Storingen | – Bij een gevaarlijke elektrische situatie verhelpt de aanbieder het probleem binnen 2 uur (24/7 ook feest- en weekenddagen). – – Storingen (laadpaal functioneert niet en er is geen alternatieve laadmogelijkheid in een straal van 1 km), worden uiterlijk binnen 48 uur opgelost (24/7 ook feest- en weekenddagen. – Bij fysieke schade of noodzakelijke vervanging dient dit binnen 2 weken plaats te vinden. |
| Einde service, onderhoud en beheer | BM6 | Meewerken overdracht | De aanbieder werkt volledig mee aan de overdracht en maakt bij einde van het onderhoudscontract afspraken met de nieuwe aanbieder rondom het overnemen van de laadpalen (incl. beheer en onderhoud). |
| Einde service, onderhoud en beheer | BM7 | Beschikbaar stellen laadpalen | De aanbieder stelt de laadpalen beschikbaar aan de nieuwe aanbieder voor eventuele tests voor de definitieve overname plaatsvindt. |
| Einde service, onderhoud en beheer | BM8 | Relevante documenten | De aanbieder levert kosteloos alle relevante documenten aan noodzakelijk voor het uitvoeren van de overdracht en het beheer en onderhoud van de laadinfrastructuur aan de nieuwe beheerder. Hieronder vallen gebruik-specifieke handleidingen en technische documentatie. |
| Data | BM9 | Data | De gemeente is eigenaar van de gegenereerde data, en het staat de gemeente vrij – met inachtneming van de op dat moment geldende wet- en regelgeving – deze data publiek te delen. |
Functionaliteiten
Afspraken over het functioneren van laadpalen. Bijvoorbeeld over beschikbaarheid en laadsessies.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Laden | F1 | Toegankelijkheid | De openbare laaddienst is geschikt voor alle elektrische voertuigen gebruikmakend van stekker Type 2. De communicatie tussen het voertuig en de laadpaal wordt tot stand gebracht middels het mode 3 laadprotocol, conform (NEN/EN/)IEC 61851-1 |
| Beschikbaarheid | F2 | Uptime | De laadpalen onderdeel van het contract zijn tenminste 99% van de tijd beschikbaar voor het opladen van EV’s. |
| Laden | F3 | Minimaal vermogen | Ieder laadpunt (socket) levert een minimaal laadvermogen van 2,8kW (1 fasem 12,5 A) tenzij de gebruiker of de gemeente toestemming geeft voor een lager vermogen om bijvoorbeeld slim te laden. |
| Techniek | F4 | Annuleren van een transactie | De laadpaal annuleert de transactie als er niet binnen een bepaalde tijd na authenticatie door de gebruiker een voertuig is aangesloten. Zo sluiten andere gebruikers niet per ongeluk aan op een lopende transactie. |
| Techniek | F5 | Geen vermogen | De laadkabel kan altijd uit de laadpaal worden verwijderd tijdens een stroomstoring. Wanneer na een stroomstoring de energievoorziening op de laadpaal wordt hersteld komt er geen spanning op de sockets, totdat een nieuwe transactie gestart wordt. De kabel wordt niet opnieuw vergrendeld; de lopende transactie wordt beëindigd. |
| Laden | F6 | Vergrendeling stekker | De stekker wordt in het contact vergrendeld vanaf het moment dat de gebruiker zich aanmeldt tot het moment dat de gebruiker zich afmeldt. |
| Laden | F7 | Status laden | Laadpalen hebben lichtindicatoren om de beschikbaarheid van het laadpunt weer te geven en geven op uniforme wijze de verschillende statussen van het laden weer. Als de laadpaal beschikt over een scherm, kan de laadstatus ook hierop worden weergegeven. |
| Aanvullende diensten | F9 | Aanvullende diensten | De gemeente moet toestemming verlenen voor het uitvoeren van aanvullende diensten op laadpalen anders dan is uitgevraagd door de gemeente. |
| Beschikbaarheid | F10 | Wegvallen dataverbinding | Laadpalen zijn ook als de dataverbinding niet beschikbaar is voor een reeds aangesloten voertuig of voor een in de lokale database bekende gebruiker volledig functioneel. |
Vormgeving
Afspraken over vormgeving van laadpalen. Bijvoorbeeld communicatie en materiaalgebruik.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Communicatie | V1 | Informatie op de laadpaal | Op iedere laadpaal worden de volgende gegevens duidelijk vermeld: telefoonnummer voor storingsmelding en overige dienstverlening, uniek objectnummer, instructie voor gebruik en een verwijzing naar gebruiksvoorwaarden en laadprijs. |
| Communicatie | V2 | Gebruiksvriendelijkheid | De laadpaal is gebruiksvriendelijk en zonder instructie (anders dan de op het object aangebrachte instructie) te bedienen. Eventuele teksten zijn in het Nederlands. |
| Maximale fundering | V3 | Fundering en diepte | De fundering van de laadpaal dient een invoer van de kabel van de netaansluiting op 50 cm onder maaiveld te hebben en dient gas- en waterdicht afgedicht te zijn. De maximale diepte van de fundering is (conform landelijke eisen) maximaal 65 cm onder maaiveld. |
Techniek en veiligheid
Afspraken over het functioneren van laadpalen. Bijvoorbeeld aarding en dataverbinding.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Veiligheid | TV1 | Laadpaal | De laadpaal voldoet aan de veiligheidsnormen en standaarden die hiervoor in internationaal verband zijn vastgesteld, zoals – maar niet uitsluitend – VDE-AR-E 2623-2-2 (NEN/EN/IEC 62196 serie), (NEN/EN/) IEC 61815-1 serie, NEN/EN/IEC 61000-serie, NEN/EN/IEC 60529 en IEC 62262. |
| Veiligheid | TV2 | Laadpunten | De laadpaal is uitgerust met sockets (stopcontacten) conform NEN-EN/IEC62196 type II (geschikt voor 32A). De laadpaal voldoet als samenbouw aan de eisen zoals gegeven in NEN/EN/IEC 61439-1 en in het bijzonder aan de IEC/TS 61439-7. |
| Veiligheid | TV3 | Kortsluiting laadpaal | De elektrische installatie, inclusief alle componenten, is geschikt voor de maximaal te verwachten kortsluitstroom van 10kA. |
| Veiligheid | TV4 | Kortsluiting socket | Overeenkomstig de eisen in NEN1010, hoofdstuk 722 en (NEN/EN/) IEC 61851 is elke socket voorzien van een eigen (individuele) fysieke beveiliging tegen overbelasting en kortsluiting. |
| Techniek | TV5 | Impulsspanning | De laadpaal is bestand tegen een impulsspanning van 4kV. |
| Techniek | TV6 | Isolatiespanning | De laadpaal is bestand tegen een isolatiespanning van 420V. |
| Veiligheid | TV7 | Lekstromen | Overeenkomstig de eisen in NEN 1010, hoofdstuk 722 en (NEN/EN/) IEC 61851 is elke socket voorzien van een eigen (individuele) beveiliging tegen aardfouten (AC- en DC-lekstromen). |
| Techniek | TV8 | Compabiliteitsomgeving | De laadpaal voldoet aan elektromagnetische compatibiliteitsomgeving (EMC): A. |
| Veiligheid | TV9 | Vervuilde omgeving | De behuizing van de laadpaal heeft minimaal een bescherming van IP44 tegen het binnendringen van vaste vreemde stoffen en van water conform NEN/EN/IEC 60529. |
| Authenticatie | TV10 | Authenticatie gebruiker | Vanuit het backofficesysteem moeten laadtransacties kunnen worden gestart en gestopt als de laadpaal online is. |
| Technische levensduur | TV11 | Levensduur hardware | De technische levensduur en het onderhoudsniveau zijn zodanig dat laadpalen bij gebruik in de buitenruimte tot minimaal 10 jaar onderhoudsarm kunnen functioneren. |
| Brandveiligheid | TV17 | Brandveilige installatie | Bij installatie van meerdere laadpunten in een afgesloten ruimte wordt gezorgd voor een centrale uitschakelvoorziening bij calamiteiten. |
Gebruiksgemak
Afspraken over de toegankelijkheid van laadpalen en gebruikersinformatie.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Toegankelijkheid | G1 | Toegang | Aanbieder accepteert geldige laadpassen/ authenticatiemethodes (o.a. app) van verschillende aanbieders. Volledige uitwisselbaarheid en interoperabiliteit van het RFID-toegangssysteem met alle in Nederland in gebruik zijnde RFID-toegangssystemen zijn mogelijk, voor zover deze voldoen aan de meest recente versie van de Minimale Set van Afspraken van eVIOLIN. Wanneer de dominante authenticatiemethode gedurende overeenkomst wijzigt, dient aanbieder deze methode te implementeren. Hiervoor kunnen geen kosten in rekening worden gebracht bij de gemeente. |
| Toegankelijkheid | G2 | Ad Hoc betalen | De aanbieder biedt een ad hoc betalingsmethode (direct van consument aan aanbieder) aan voor gebruikers waarmee zij op de laadlocatie kunnen betalen voor de afgenomen laaddienst zonder verplichtingen tot registratie of abonnementsvorm. De aanbieder voorziet minimaal hiertoe in een applicatie voor mobiele telefoons waarmee geladen en betaald kan worden. De applicatie is te vinden met informatie op de laadpaal en is in ieder geval geschikt voor IOS en Android telefoons. |
| Toegankelijkheid | G3 | Laadprijs | De EV-rijder dient voor het laden, tijdens het laden, na het laden en op de factuur geïnformeerd te worden over de laadprijs. De EV-rijder dient tijdens een laadsessie, en na een laadsessie meteen te kunnen zien hoeveel kWh geladen is en hoe hoog het totaalbedrag is, steeds via hetzelfde kanaal (bijv. een app). In alle uitingen naar de gebruiker over de prijs zijn de vermelde tarieven voor het laden inclusief BTW. Hierbij worden in lijn met geldende wetgeving inzake prijstransparantie alle kostencomponenten getoond die de prijs van een laadtransactie bepalen, zoals de prijs per kWh en andere onvermijdbare en vermijdbare vaste en variabele kosten, zoals starttarief, transactiekosten en tarief per tijdseenheid. Deze informatie moet voor de gebruikers duidelijk, begrijpelijk, vergelijkbaar en eenvoudig te vinden zijn. De factuur toont de prijsberekening van iedere laadsessie. In het totaalbedrag moeten alle kostencomponenten zijn opgenomen die verifieerbaar zijn met de vooraf weergegeven kostencomponenten. De factuur moet zodanig zijn opgesteld dat de gebruiker de bedragen van de individuele laadsessies kan controleren. De factuur dient compleet, correct en duidelijk te zijn, en dient tijdig verstuurd te worden. Voor de EV-rijder moet het mogelijk zijn om in geval van twijfel over de juistheid van een factuur achteraf van een bepaalde sessie de meetresultaten op te vragen. |
| Consumenteninformatie | G4 | Grafische informatie | NEN-EN 17186 Europese richtlijn voor grafische weergave voor identificatie van de compatibiliteit van voertuigen en laadinfrastructuur is van toepassing. |
Slim laden en V2G
Afspraken over slim laden en innovatieve vormen van gebruik. Bijvoorbeeld het ondersteunen van laadprofielen en teruglevering.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Smart Charging | SC1 | Smart Charging | De aanbieder voldoet aan de eisen voor slim laden die vanuit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) worden gesteld, zijnde modules 2 en 3B uit de SCR. |
Security
Afspraken over informatiebeveiliging van laadpalen. Bijvoorbeeld encryptie en acces control.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Veiligheid | S1 | Cybersecurity | Het laadpunten de daarbij toegepaste communicatieverbindingen voldoen aan de meest recente Cyber Security Requirements for EV Charging Stations. |
Standaarden en normen
Afspraken waaraan moet worden voldaan zoals IEC.
| Subcategorie | ID | Omschrijving onderwerp | Omschrijving richtlijn |
|---|---|---|---|
| Richtlijnen | SN1 | Richtlijnen | Voor standaarden en normen gelden de specificaties zoals opgenomen in de SCR, vastgesteld door de NAL-werkgroep Smart Charging. |
| Aansluiten | SN2 | Aansluitspecificaties | Laadpalen dienen gekeurd te zijn, zie aansluitspecificaties in de SCR. |
| Techniek | SN3 | Modulaire opbouw | De laadpaal is modulair opgebouwd en is fysiek en softwarematig vrij van eigendomsrechten. Er worden open (hard- en software) interfacestandaarden gebruikt tussen componenten en systemen, waardoor uitwisselbaarheid tussen toekomstige componenten en systemen gegarandeerd is. |
| Normen | SN4 | IEC6196 | In IEC62196 staan de eisen voor contactstoppen, contactdozen, voertuigcontactstoppen en voertuigcontactdozen t.b.v. oplading van elektrische voertuigen over een leiding met wisselstroom tot 250A en met gelijkstroom tot 400A. |
| Protocollen | SN5 | NEN3140 | Wanneer ISO 15118 officieel wordt erkend in de markt, implementeert de aanbieder deze binnen een jaar na de officiële bekendmaking op de laadstations. Het moment waarop dit wordt beschouwd als marktstandaard wordt bepaald in afstemming met NAL-werkgroep Open protocollen & standaarden. |
| Meting en registratie | SN6 | Metrologiewet | Meting en registratie van energie dienen plaats te vinden in overeenstemming met de Metrologiewet. Op grond van de Metrologiewet dienen de gebruikte meters (zowel aan de zijde van het net als die voor levering aan de klant) aan de eisen van de wet te voldoen en te blijven voldoen. |