Ga naar de inhoud

Kennisbijeenkomst Kernenergie en Ecologie

Deelproject van Rijksenergieprojecten

De gemeente Terneuzen organiseert regelmatig openbare kennisbijeenkomsten over kernenergie. Met deze bijeenkomsten wil de gemeente inwoners en andere geïnteresseerden voorzien van objectieve informatie over verschillende aspecten van kernenergie en ruimte bieden voor vragen en gesprek. Op dinsdag 27 januari 2026 vond in het Scheldetheater in Terneuzen een kennisbijeenkomst plaats over de relatie tussen kernenergie en ecologie.

Sprekers

• Jim van Belzen (NIOZ en Wageningen Marine Research) Het belang van de Westerschelde in het ecosysteem
• Leon Dhaene (voormalig Secretaris-Generaal Internationale Scheldecommissie) De complexiteit van het systeem

Wilt u op de hoogte blijven van toekomstige bijeenkomsten? Meld u dan aan voor de nieuwsbrief Rijksenergieprojecten Terneuzen.

Kijk terug

Kennisbijeenkomst Kernenergie en ecologie 27 januari 2026

Presentatie

Bekijk hier de powerpoint van de Kennisbijeenkomst Kernenergie en ecologie terug.


Vragen en antwoorden

Tijdens de kennissessie zijn veel vragen gesteld. Een deel daarvan is tijdens de bijeenkomst van 27 januari door de sprekers beantwoord. De vragen die nog openstonden, zijn door de gemeente voorgelegd aan de betreffende sprekers. Hieronder zijn deze vragen en antwoorden opgenomen.

De antwoorden zijn door de sprekers op eigen verantwoordelijkheid opgesteld. De gemeente Terneuzen heeft hierin uitsluitend een faciliterende rol vervuld en is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de beantwoording. 

Dat is op dit moment niet in algemene zin aan te geven. De exacte invloed hangt af van verschillende factoren, zoals de hoeveelheid geloosd koelwater, de locatie van de lozing en de stroming van het water. Bij bestaande kerncentrales zijn gegevens beschikbaar over de verspreiding van warm water, maar voor sommige nieuwe reactorontwerpen, zoals SMR’s (Small Modular Reactors), zijn die gegevens nog beperkt.

Voor de Westerschelde speelt bovendien mee dat eb en vloed een grote invloed hebben op de verspreiding van een warmwaterpluim. Daardoor kan de reikwijdte van de effecten sterk verschillen per situatie.

Veranderingen in de watertemperatuur kunnen gevolgen hebben voor planten en dieren. Vissoorten zijn vaak gevoelig voor temperatuurveranderingen en kunnen uitwijken naar koelere gebieden. Ook kunnen veranderingen in temperatuur invloed hebben op de samenstelling van soorten in het water. Zo kunnen bepaalde exoten zich gemakkelijker vestigen en kunnen veranderingen optreden in de macrofauna, zoals kleine waterdieren die op en in de bodem leven.

Een belangrijk deel van de vervuilende stoffen in de Westerschelde is niet afkomstig uit Zeeland zelf. De vervuiling wordt via de Schelde aangevoerd vanuit stroomopwaarts gelegen gebieden, onder meer in Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk.

Om de waterkwaliteit structureel te verbeteren, is het daarom belangrijk om vervuiling zoveel mogelijk bij de bron aan te pakken. Dat vraagt om samenwerking tussen verschillende overheden en landen. Afspraken, vergunningen en handhaving spelen hierbij een belangrijke rol.

Dat hangt af van het vermogen van de centrale en de mogelijkheden om warmte af te voeren. Wetenschappers geven aan dat bij zeer grote vermogens, zoals enkele duizenden megawatts, het niet altijd mogelijk of wenselijk is om alle warmte rechtstreeks op een oppervlaktewaterlichaam te lozen.

In zulke situaties kunnen koeltorens een oplossing bieden. Daarmee wordt een groot deel van de warmte aan de lucht afgegeven, waardoor de belasting van het oppervlaktewater afneemt. Technisch gezien zijn koeltorens een veelgebruikte en relatief efficiënte manier om koelwater af te koelen.

Gegevens over de waterkwaliteit zijn onder andere beschikbaar via Rijkswaterstaat. Daar worden metingen uitgevoerd naar verschillende stoffen, waterkwaliteit en ecologische parameters.

Er bestaat een duidelijke relatie tussen baggerwerkzaamheden en waterkwaliteit. Een deel van de vervuilende stoffen bevindt zich in het sediment op de bodem. Wanneer wordt gebaggerd, kunnen deze stoffen tijdelijk weer in het water terechtkomen. Daardoor kunnen concentraties tijdelijk hoger uitvallen. Na verloop van tijd zakken de deeltjes weer naar de bodem en nemen de gemeten concentraties doorgaans af.

De invloed van de reguliere scheepvaart op de gemeten waterkwaliteit lijkt over het algemeen minder groot.

Het verbeteren van de waterkwaliteit vraagt om maatregelen in het gehele stroomgebied van de Schelde. Een groot deel van de vervuiling komt van buiten Zeeland, uit Vlaanderen, Wallonië en Frankrijk.

De inzet op waterkwaliteit verschilt per regio. In sommige gebieden krijgen andere waterlopen prioriteit, bijvoorbeeld omdat deze direct worden gebruikt voor de drinkwatervoorziening. Daarom is internationale samenwerking essentieel om de waterkwaliteit van de Westerschelde verder te verbeteren.

Tritium is een radioactieve vorm van waterstof die in zeer kleine hoeveelheden kan ontstaan tijdens de werking van een kerncentrale. Omdat het onderdeel wordt van watermoleculen, kan het in beperkte hoeveelheden in het koelwater aanwezig zijn.

Tritium is radioactief, maar de hoeveelheden die onder normale omstandigheden worden geloosd zijn zeer klein. Volgens huidige wetenschappelijke inzichten zijn de effecten op mens en milieu bij dergelijke lage concentraties beperkt.

Beide parameters zijn van belang. Een hogere watertemperatuur kan invloed hebben op het zuurstofgehalte van het water en op de leefomstandigheden van planten en dieren.

Daarnaast kan temperatuur ook invloed hebben op de beschikbaarheid en giftigheid van bepaalde stoffen, zoals zware metalen. Vooral veranderingen in de warmtehuishouding van een watersysteem worden gezien als een belangrijk aandachtspunt bij koelwaterlozingen.

Saliniteit is het zoutgehalte van water. De Westerschelde is een estuarium: een uniek overgangsgebied waar zoet rivierwater en zout zeewater elkaar ontmoeten.
Door zeespiegelstijging kan zout water verder landinwaarts doordringen. Daardoor neemt het zoutgehalte toe. Dit kan gevolgen hebben voor de natuur, de landbouw en de beschikbaarheid van zoet water. Ook hebben veranderingen in het zoutgehalte invloed op de eigenschappen van het water en de ecologische balans in het estuarium.

Over de staat van de Nederlandse dijken is veel kennis beschikbaar. Bij de beoordeling van risico’s zoals bodemvervloeiing en dijkinstabiliteit speelt mee op welke manier dijken worden versterkt en aangepast aan toekomstige omstandigheden.


Langs de Westerschelde wordt gekeken naar zowel buitendijkse als binnendijkse maatregelen. In sommige gebieden kan versterking aan de binnendijkse zijde nodig zijn vanwege de stabiliteit van de dijk. Daarbij worden verschillende belangen en risico’s zorgvuldig afgewogen, waaronder veiligheid, ruimtelijke inpassing en ecologische effecten.

De effecten van een hogere watertemperatuur verschillen sterk per soort. Met name schelpdieren, zoals kokkels, zijn gevoelig voor temperatuurstijgingen. Wanneer de omstandigheden ongunstig worden, kunnen populaties afnemen. Het is niet vanzelfsprekend dat andere soorten deze plek vervolgens innemen.

Ook andere bodemorganismen kunnen worden beïnvloed. Wormen zijn over het algemeen minder gevoelig, maar de effecten verschillen sterk per soort. Voor het bodemleven geldt dat langdurige temperatuurstijgingen doorgaans geen positieve ontwikkeling zijn.

De precieze effecten hangen af van onder meer de omvang van de temperatuurstijging, de duur ervan en de lokale omstandigheden. Ook klimaatverandering en zeespiegelstijging kunnen hierin een rol spelen, doordat zij de natuurlijke omstandigheden in het estuarium veranderen.

De exacte totstandkoming van deze norm is tijdens de bijeenkomst niet toegelicht.

Wel is aangegeven dat hogere watertemperaturen negatieve gevolgen kunnen hebben voor de biodiversiteit. Sommige soorten komen onder druk te staan of verdwijnen uit een gebied, waardoor ecosystemen minder gevarieerd worden. Vooral temperatuurgevoelige soorten kunnen hiervan hinder ondervinden.

Deze vraag viel buiten de directe scope van de presentatie.

Wel werd toegelicht dat het beheer van het zoutgehalte in de Oosterschelde nauw samenhangt met de belangen van de mossel- en oestersector. Veranderingen in de zoutbalans kunnen gevolgen hebben voor deze aquacultuur en worden daarom zorgvuldig afgewogen.

Wanneer de temperatuur van het oppervlaktewater slechts beperkt mag stijgen, kunnen koeltorens een belangrijke oplossing zijn. Koeltorens voeren warmte af naar de lucht, waardoor minder warmte in het water terechtkomt.

Als er geen of onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn om de temperatuurstijging te beperken, kunnen koeltorens bijdragen aan het beschermen van het aquatische ecosysteem van de Westerschelde. De noodzaak daarvan hangt af van de gekozen techniek, de omvang van de installatie en de geldende milieueisen.